Behartigenswaardig

Evenwichtige prediking
Bij een oudvader las ik eens dat sommigen prediken over Gods werk en Kerk als over een huis zonder deur. Buitenstaanders zouden begerig kunnen worden om erbij te horen, binnen te komen, maar helaas wordt hen de weg daarheen niet gewezen en wordt er niet gesproken over een deur om in te gaan. Zulke predikers schieten ernstig tekort in het doorgeven van de roeping van Christus’ wege, de nodiging tot behoud, het aanbod van Gods genade.

Anderen preken altijd over deze roeping, nodiging en het aanbieding, maar verzuimen te verduidelijken waartoe men geroepen wordt, wat door Gods kinderen geleerd en ervaren wordt en wat een leven nabij God inhoudt. Zij preken over een deur zonder huis en schieten zo ook ernstig tekort in de vertolking van de boodschap van Gods Woord.

De rechte prediking heeft zowel aandacht voor wat het buitenstaan inhoudt en voor de nodiging tot het heil, alsook voor het eten en drinken van de hongerigen en dorstigen en voor een leven nabij de Heere. Bid voor een evenwichtige prediking, maar vooral ook om het wonder te mogen ervaren van een buitenstaander een bijwoner, ja een kind Gods gemaakt te worden.
C.J. Meeuse

Omkopen met je geld
Op 25 januari 1770 liep de Oostinjevaarder “Leimuiden” bij de Kaapverdische eilanden op de rotsen; er waren 37 baren goud van 5 kilo aan boord. De kapitein achtte het schip verloren, streek een sloep en ontvluchtte met enkele keurlingen. Hij liet 347 mensen aan boord. Ze braken zijn kajuit open, stalen de baren goud en maakten noodvlotten, waarop ze vluchtten. Eén man, Abraham Kats, had negen baren goud van 5 kilo op zijn lichaam gebonden, sprong overboord en… zonk als een baksteen. Zo heeft de begeerte naar geld al veel zielen naar het eeuwig verderf gevoerd. Paulus schrijft erover: Doch die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang (1 Tim. 6:9). Hij mocht er evenwel tegenover stellen: Doch de godzaligheid is een groot gewin met vergenoeging (vers 6). Wat zoekt u, godzaligheid of aardse rijkdom. Alleen het eerste zal u echt gewin brengen!
C.J. Meeuse

Kennen met het hart
Van Goethe las ik laatst de opmerking: “Men leert niets kennen dan wat men bemint”. Het deed me denken aan een uitspraak van Pascal: “Het hart kent zijn redenen, die de rede niet kent.” Beide uitspraken wijzen ons op de onmisbaarheid van ons hart bij het verkrijgen van ware kennis of van kennis van de waarheid. Als het hart, en dus ook de liefde, hier geen plaats bij heeft, dringt men niet tot het wezen door. Daarom proberen we bij het doorgeven van kennis altijd eerst interesse te wekken en zo mogelijk liefde tot het te behandelen onderwerp. Is er deze interesse of liefde, dan zal de leerling veel beter en sneller iets in zich opnemen. Er komt een wisselwerking tussen de zo verkregen kennis en de liefde. Liefde verlangt naar meer kennis en meer kennis doet de liefde toenemen. Het heerlijkst is dit het geval bij geestelijke kennis, die God de Heilige Geest geeft. Vermeende kennis van geestelijke zaken, waar het hart niet bij betrokken is, is van weinig waarde. Ze dringt nooit door tot het wezen. Waar de Heilige Geest werkt, leert men kennen met het hart, kennen in liefde. Daardoor gaan we verlangen naar meer van zulke kennis en in die weg zal ook de liefde toenemen. Zo’n verlangen spreekt David uit als hij zegt: Ik zoek U met mijn gehele hart (Ps. 119:10). Kunnen we het nazeggen?
C.J. Meeuse

Vergevingsgezindheid
Iemand vroeg mij onlangs naar de mogelijkheid om te vergeven zonder dat er sprake is van het belijden van schuld. Kun je iemand iets vergeven, terwijl betreffende persoon alle schuld ontkent? En als die persoon dan schuld ontkent, rechtvaardigt dat dan de ander om de relatie als verstoord te houden en onverzoend te blijven?

We weten allemaal dat God wil dat we schuld belijden, eer Hij de vergeving doet ervaren (o.a. Lev. 26:41,42; Ps, 32:5; Jer. 3:12,13; Hos. 5:15). Bij mensen zal het dus ook zo moeten zijn. Als iemand geen schuld belijdt, kan er geen vergeving plaats hebben.Toch ligt hier geen kleine adder tussen het gras. In allerlei twist acht men de ander veel eerder schuldig dan zichzelf. Wie maakt daar dan bij uit wat werkelijk schuld is, voor God en de naaste? Er kan een zelfverheffing zijn die de ander wil zien buigen in zaken waarin de ander voor God een zaaksgerechtigheid heeft. Onverzoenlijk blijven is in zulke gevallen niets minder dan zelfhandhaving en onverbroken trots bij onszelf! Waar ootmoed is, zullen we van harte verzoening zoeken. Dat zal ten minste blijken in een vergevensgezindheid, die de Heere ook van ons eist, en die Hij de Zijnen zeker geeft. De Heere lere ons allen oprecht bidden: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
C.J. Meeuse

Bevindelijke prediking
Sommigen denken dat bevindelijke prediking iets is wat als een extreem verschijnsel in de Gereformeerde Gemeenten, of rechts daarvan, gevonden wordt en op zijn best een overblijfsel is van de Nadere Reformatie, die dan bij hen meest ook niet zo hoog aangeschreven staat. Het is een misverstand en onderzoek zou hen anders leren. Het lezen van de commentaren van Calvijn ken daarin bijvoorbeeld al veel goed doen. Maar ook iemand als Bernard van Clairvaux preekte in de Middeleeuwen uitermate bevindelijk. Beschouwelijke godsdienst bekijkt de weg ten leven, misschien bewondert ze deze zelfs, maar ze bewandelt die weg niet en heeft er dus geen ondervinding van.

Bij Augustinus las ik deze week hoe hij in de tijd voor zijn bekering ervan overtuigd werd de weg ten leven nog niet te bewandelen. Hij schrijft daarover in zijn ‘Belijdenissen’: “Iets anders is het van een bosrijke bergtop het vaderland des vredes te zien, maar de weg daarheen niet te vinden en zich vruchteloos daartoe af te tobben in onbegaanbare streken, terwijl rondom voortvluchtige afvalligen met hun vorst, de leeuw en de draak, gelegerd zijn en hun lagen leggen – en iets anders de weg te houden, die daarheen leidt en die gebaand is door de hemelse Koning, waar geen rovers zijn die het hemelse heerleger verlaten hebben; want zij vermijden die weg als een straf.” 

Laten we de weg der zaligheid niet vermijden als een straf, maar bidden die te leren bewandelen, geleid door de Heilige Geest. Wie lust heeft de Heere te vrezen, God wil zijn of haar Leidsman wezen en leren hoe hij of zij moet wandelen.
C.J. Meeuse

Vijandschap
“Ik wilde liever dat Gij in mij tot mijn verderf overwonnen werdt, dan ik door U tot mijn heil,” schrijft Augustinus in zijn Belijdenissen, over de tijd van zijn overtuigingen. In zo’n uitspraak  lees je hoe hij de blik naar binnen heeft leren slaan, zichzelf heeft leren kennen tot verootmoediging en eerlijk gemaakt is om dat voor de mensen te belijden. Alles in hem spande samen om God te overwinnen, terwijl de heilige God werkzaam was om Augustinus te overtuigen en te overbuigen, dus te “overwinnen”, zoals hij schrijft, tot zijn heil. 

De wil van de natuurlijke mens strijdt tegen Gods werk in hem en tracht God te overwinnen, dat wil zeggen: Zijn werk af te breken en uit te roeien. Lukt het ons Gods roepen het zwijgen op te leggen, Zijn trekken ongedaan te maken, dan zal dat tot ons verderf zijn? Kennelijk zoeken we dat van nature en niet ons behoud! Maar gelukkig: God is de sterktste. Hij werkt in de bekerng onwederstandelijkWellicht zijn er ook onder onze lezers die strijden tegen overtuigingen. Wij werken tegen als God werkt. Ik hoop dat u het snel verliest en de wapenen van vijandschap ook daarin in leert leveren en God de overwinning behaalt tot uw heil! Dan krijgt God de eer en u de zaligheid.
C.J. Meeuse

Gebed voor de preek
Onlangs las ik het hier volgende in een klein geschriftje van een onbekend puritein:
“Als predikanten in hun studeerkamers van God Zijn zegen afsmeken over hun openbare dienstwerk onder het volk en als het volk in zijn binnenkamers ernstig bidt om de tegenwoordigheid Gods bij hun predikanten, wat geeft dit een heerlijke verwachting! Als predikanten en toe­hoorders elkaar zo vriendelijk zijn toegedaan en dan in de openbare godsdienst samenkomen, dan laat het zich aanzien dat God hen beiden wil ontmoeten en op een opmerkelijke wijze hen wil verwaardigen met Zijn tegenwoordigheid en zegen tot hun onderlinge vreugde en vertroosting.

Ik ben ervan verzekerd dat de verwaarlozing hiervan een reden is, waarom de openbare bediening niet meer uitwerkt. Wij ontvangen hierdoor niet meer, omdat wij er niet meer noch beter voor bidden. Mag men verwachten dat God ons geven zal, wat we niet begeren? Als er enige tijd voor dit goede werk op zaterdagavond of op de morgen van de rustdag voor werd afgezonderd, dan zouden we mogen hopen op een herleving van de godsdienst onder ons! En zonder dat is het niet redelijk om het te verwachten.” 
C.J. Meeuse

Respect voor ouders
Augustinus vertelt in zijn Belijdenissen dat zijn moeder hem “haar goede zoon” noemde en, zo verhaalt hij verder: “in grote tederheid vermeldde dat zij nimmer uit mijn mond een hard woord of een smadelijke klank jegens haar gehoord had. Maar toch, o God, Die ons gemaakt hebt, wat was de eerbied die ik haar bewees, vergeleken bij haar diensten jegens mij?”Ik denk dat we hier wel met een voorbeeldige relatie te maken hebben. Van wie van ons zou de moeder hetzelfde kunnen zeggen? En anderzijds: wat een loffelijk getuigenis mag hij geven van zijn moeder, die zijn zielenheil heel haar leven met grote nauwgezetheid gezocht heeft en daar om gebeden heeft. Dat door Gods genade velen van ons hen mogen gelijken!        
C.J. Meeuse             

Sterven
Thomas Manton, een puritein uit de zeventiende eeuw, schrijft over het sterven: Nooit kan hij te vroeg sterven, die Jezus gezien heeft; zijn dood is niet ontijdig of te vroeg. 

Manton begeleide zijn vriend en medebreoder in de bediening Chr. Love, toen deze op 22 augustus 1651 op Towerhill op 33-jarige leeftijd onthoofd werd. Valse aanklachten en vijandschap hebben hem op het schavot gebracht, maar toch heeft hij ook zelf zijn dood niet als ontijdig of te vroeg ervaren. De twee sterke begeerten, die ieder die de Heere vreest, in dit leven drijven, namelijk dat God in of door ons verheerlijkt wordt en nabij God te zijn, gingen bij zijn dood in vervulling. Wie de Heere Jezus gezien heeft als persoonlijk Borg en Middelaar, Die de dood voor hem of haar verslonden heeft, leert sterven voordat het sterven is. We moeten van een kind des Heeren dan ook nooit zeggen of schrijven dat ze onverwacht zijn gestorven, ook niet als hun dood plotseling kwam. Ze leerden ermee rekenen toen God ze stilzette en ze werden ervoor toebereid door Hem Die hun liefde verwekte. Bent u bereid, of komt de dood voor u straks ontijdig, te vroeg en onverwacht?
C.J. Meeuse

Sterven (2)
Vorige keer deelde ik in deze rubriek iets mee van Thomas Manton. Ook deze keer een opmerking van hem over het sterven en hoe we hiervoor bereid worden. Hij schrijft: Die mens sterft goed, wiens zonden eerder dood zijn dan hij. Gij zult bevinden dat die zonden dodelijk zijn, die niet gedood zijn. Alleszins behartenswaardige opmerkingen. Onze zonden moeten in dit leven sterven. Hoe moet dat toch? Moeten we dat in eigen kracht klaren? Dat zal niet gaan! Paulus noemt het een met Christus gekruist worden. We moeten met onze zonden leren vluchten tot Hem, Die een wonderlijk Arts voor dodelijk zieke zielen is. Hij kan ons genezen door ons te doen sterven aan al het onze, ook aan onze ergerlijke zonden, zelfs aan onze boezemzonden. Wat zullen we vernederd worden, maar ook: wat zullen we vernieuwd worden door Zij genade. Hij maakt ons zo dat men ons haast niet herkennen zal! Als onze trots toch verbroken wordt, onze eigenwijsheid tot dwaasheid wordt, onze zelfzucht plaats moeten maken voor zelfverloochenende liefde, als Christus onze Nieuwmaker wordt en we vernieuwd worden naar Zijn beeld!! Anderzijds zal het vreselijk zijn als we onze zonden blijven verbergen of zelfs koesteren en hun dood niet wensen of zoeken. Hen te laten leven zal onze ondergang zijn!  
C.J. Meeuse

Het geweten sussen
Ik las ergens de volgende opmerking: “Velen bedrijven godsdienst om hun geweten te sussen; ze doen het zoals een dief een hond te eten geeft opdat hij niet zal blaffen terwijl men steelt.”

Laten we ons maar afvragen of dat onze voornaamste drijfveer is bij onze godsdienstige handelingen. De mens heeft van God een zeker bewustzijn gekregen dat hem een besef geeft van goed of kwaad in zijn doen of laten. We noemen dit ‘het geweten’ en hoewel het door de zondeval niet onfeilbaar is en ook verkeerd opgevoed kan worden, toch is het erg als men zijn geweten het zwijgen oplegt, of, zoals het in de Bijbel wel heet ‘zijn geweten toeschroeit’.

We doen er goed aan zuinig met ons geweten om te gaan en het bij onze kinderen in een Bijbelse zin op te voeden. Een goed opgevoed geweten gaat dus spreken als we zondigen. Als we deze “waakhond” nu willen laten zwijgen bij het kwaad wat we doen door er wat godsdienst tegenover te stellen, dan is inderdaad die “godsdienst’ wel verkeerd gericht en daarom geen ware dienst aan God. In plaats van het geweten te sussen, moet het gescherpt worden en dienen we te luisteren naar die waarschuwende stem om het kwade te laten en het goede te zoeken. Zie een sprekend geweten als een zegen van God die ons tot Hem uit moet drijven.
C.J. Meeuse

Strijd tegen zonden
Ik heb eens ergens gelezen (ik weet helaas niet meer waar): “In de strijd tegen de zonden sterven niet de zonden, maar de zondaar sterft zelf.” U bemerkt wel dat het dan over de goede strijd gaat, waartoe we in Gods Woord steeds opgewekt worden. We zouden alle zonden willen doden, uitroeien, ervan voorgoed verlost willen worden en toch krijgt zo’n strijder dat in dit leven niet voor elkaar. Een nabijkomende die voor een korte tijd de strijd aanbindt, geeft het op. De oprechte strijder wil het de duivel en de zonde niet gewonnen geven, maar toch schijnt hij steeds te verliezen. De zonden zijn sterke dan wij zijn. Zo sterft de strijder aan zijn vermogens om de overwinning te behalen. Gelukkig behoeft dit niet onze laatste zin te zijn. Dit sterven mag dienen om de Levende te benodigen, de Zaligmaker en de krachtige toepassing van Zijn bloed. Door Hem alleen behaalt de stervende zondaar toch de overwinning! Geef de moed niet verloren, stervende zondaar in de goede strijd! Maar benodig Hem, in Wier al Gods kinderen meer dan overwinnaars zijn!
C.J. Meeuse

Gevaarlijke slordigheid
Wij vinden slordigheid over het algemeen geen deugd. In je persoonlijke leven kan het heel lastig zijn je zaken niet op orde te hebben en meestal kost het je veel extra tijd om iets te zoeken wat je bij securiteit niet kwijt geweest zou zijn. Erger dan in je persoonlijke leven is slordigheid in bepaalde werksituaties. Een elektricien moet niet slordig zijn, want dat kan heel gevaarlijk zijn. Een chirurg moet secuur opereren, want door zijn slordigheid zou iemand kunnen sterven. Het allergevaarlijkst is evenwel slordigheid als het gaat om ons eeuwig wel of wee. Je komt altijd weer mensen tegen die ‘er het beste maar van hopen’, terwijl ze daar geen enkele deugdelijke grond voor hebben. Ze kennen God niet, ze kennen zichzelf niet en ze zijn nooit in een weg van waarachtige bekering tot Christus gekomen. Hart en leven zijn onvernieuwd gebleven, maar ze laten na nauwkeurig de staat van hun ziel  voor Gods aangezicht te onderzoeken. Laten we toch niet slordig met de belangrijkste zaken omgaan, want daarmee is de eeuwigheid gemoeid!
C.J. Meeuse