Een kus uit Kazachstan
Toen ik eens voor een kort bezoek voor ons deputaatschap voor Bijbelsverspreiding in Moskou was, heb ik daar een merkwaardige ervaring opgedaan. De reis was nodig en nuttig. Onze opdracht was de vertaling van Matthew Henry’s Bijbelverklaring daar te introduceren. Er was daar tegenkanting omdat de ongeregistreerde baptisten het met sommige van onze leerstellingen niet eens waren. Het betrof de leer van de vrije wil en de leer van de afval der heiligen die zij beide leerden en die wij bestreden. We hebben daarover enkele besprekingen gehad en konden gelukkig als vrienden uit elkaar gaan. Het was bij hen niet zozeer een dwaling uit vijandschap, maar uit onwetendheid, mede door hun afwijzing van dwalingen van de Russisch Orthodoxe Kerk, wat ik hier verder zal laten rusten. Ik ervoer de mannen met wie we spraken bijna als remonstrantse oud-gereformeerden. Ze waren heel degelijk en waren ook in hun lezen en bidden ernstig, maar hadden toch dwalingen waar we verdrietig om waren. Bij de bespreking was er onder meer een Rusland-Duitser uit Kazachstan aanwezig, Boris Schmidt. Hij deed mee met de gesprekken en al konden we hun leer van hun gemeenten niet zo snel veranderen, ze kregen toch meer begrip voor onze opvattingen. Peter Peters, die secretaris was van de gemeenten uit heel de voormalige Sovjet-Unie, had ik bij mijn afscheid gezegd dat ik hem wellicht nooit meer terug zou zien. Hij vroeg waarom niet, waarop ik hem zei dat hij wellicht een afvallige zou worden. Hij vond dat onmogelijk, maar toen begreep hij toch ook wat ik bedoelde met hoe God Zijn kinderen altijd vasthoudt en er geen ‘afval der heiligen’ is. Maar om terug te keren naar Boris, die nam allerhartelijks afscheid want hij moest het vliegtuig naar Kazachstan halen. We groetten elkaar ten afscheid, maar wie schetst mijn schrik er verbazing hoe dat gebeurde: hij gaf me daarbij onverwacht een zoen op mijn mond. Zoiets had ik van mijn leven nog nooit meegemaakt, maar het bleek de gewone broederkus te zijn, die zij elkaar ook gaven bij een afscheid. Ik heb niets gezegd, maar wel mijn les geleerd. Bij alle omhelzingen die ik daarna gehad heb met Oosteuropeanen, droeg ik er altijd zorg voor dat de zoen ergens in mijn hals terechtkwam.
Maar wat gebeurde er bij mijn thuiskomst? Toen kreeg ik toch nog een beschamende les. Ik vertelde in geuren en kleuren wat me in Moskou overkomen was, ook wat de zoen betreft en dat gaf de (on)nodige hilariteit in mijn gezin. We gingen daarna uit de Bijbel lezen en aan de beurt was het afscheid tussen Jonathan en David, waarbij zij elkaar kusten. Dat was, zo wisten we eigenlijk wel, een gewone vriendschapsgroet in de Bijbel, ook bij het afscheid en het was toen ook een teken van een geestelijke band, en van trouw. Ik kreeg er toch een les door en dacht dat men in Oost-Europese gemeenten daarmee dichter bij de Bijbel leefde dan wij gewend zijn. Niet dat ik culturen wil vermengen en misverstanden bevorderen door nieuwe gewoonten in te voeren, maar ik heb toch weer iets beter beseft dat ook in familieverhoudingen een zoen op de wang een teken kan zijn van hartelijke verbondenheid.