Enkele lessen van Seneca
In deze vakantietijd waarin veel mensen verre reizen maken, moest ik denken aan Seneca, een stoïcijns wijsgeer, van wie ik een aantal levenslessen geleerd heb. Tijdens mijn lessen Latijn aan de Utrechtse universiteit moest ik brieven van hem vertalen in het Nederlands en ik mag zeggen dat ik het niet altijd onaangenaam vond, maar soms zelfs heel leerzaam. Zo was er een brief bij, geschreven aan een zekere Lucilius, die ging over het maken van verre reizen. Nu was dat in die tijd heel wat moeilijker dan in onze tijd, waarin we reizen met een auto, een trein, of zelfs met een vliegtuig, maar de les die hij door wilde geven, geldt nu niet minder dan toen. Hij prees Lucilius dat hij geen verre reizen maakte. Hij noemt het ‘de ongedurigheid van een zieke ziel’. Harmonie heeft een ziel, zegt hij, die tot zichzelf in kan keren. Hij zegt: ‘Nergens is hij die overal is’. Hij schrijft even later dat zulke mensen overal wel kennissen hebben, maar nergens vrienden. Het zijn zaken waar we wel over na mogen denken. Hij legt de vinger bij de oppervlakkigheid van veel mensen, die door hun vele en verre reizen overal iets van weten te vertellen, maar die vreemdeling zijn in hun eigen hart. We mogen ons wel afvragen of we daarbij horen. Als je daarbij ook geen vaste relaties kent, ben je toch op allerlei wijze nog heel arm!
Ik noem nu zo maar een paar lessen uit die brief, maar er stonden er nog veel meer in, die ik nu maar laat rusten. Opmerkelijk vond ik de wijsheid die hij in zijn filosofie toonde en die op ethisch terrein soms zelfs dikwijls dichtbij de Bijbel kwam. Omdat hij in de tijd van de apostel Paulus leefde, hebben sommigen het wel voorgesteld alsof hij een briefwisseling met de apostel gehad zou hebben, maar dat is niet waar. Maar ongetwijfeld zijn er positieve lessen in zijn leer, zelfs zo, dat je je moet schamen dat deze heidense filosoof veel dingen van dit tijdelijke leven beter kan beoordelen en gebruiken dan velen die zich Christenen noemen, maar ver van een Bijbelse levenshouding blijven.
Toch is er een schrijnende armoede in de filosofie van Seneca en van andere stoïcijnen en zelfs meer dan een. Ik kan ze hier niet alle noemen. Ik waardeer hun levenswijsheid, maar mis het eeuwigheidsperspectief. Seneca kwam wel zover dat hij zei: ‘Wij krijgen ons leven van de godheid en wat we hem straks terug moeten geven is ons leven.’ Ook daar nadert hij de Bijbelse leer van het oordeel, maar hij kent Christus niet. Hij weet niet van schuldvergeving voor een doorbrenger en van de vernieuwing van een leven waarin Christus je Leidsman wordt. Christus kan ons wel redden van een oppervlakkig leven waarin we overal kennis opdoen, behalve van ons eigen hart. Hij zal ons ook meer geven dan oppervlakkige kennissen, maar geeft vrienden voor je ziel. En het grootste wat Hij ons geven kan is als we met een doorgebracht leven tijdig verzoening met God gaan zoeken en vinden in het vergoten bloed van de Zoon van God, de Heere Jezus Christus!