Vrijmoedigheid in vakantietijd
In de vakantietijd hebben veel mensen veel vrijmoedigheid. Maar let wel: om over grenzen te gaan. En nu bedoel ik eens geen landsgrenzen maar morele grenzen. De grenzen van goed en kwaad. Heel veel dingen die ze gewoonlijk niet doen, doen ze dan wel en andersom: veel dat ze gewoonlijk trouw doen, doen ze dan niet. Zou het komen omdat men zich aan het toezicht onttrekt? Omdat sociale controle afwezig is, of ouderlijk gezag buiten bereik? Ik weet het niet, maar ik denk dat we allemaal verdrietig moeten zijn over losbandigheid in vakantietijd. Laat iedereen toch beseffen dat onze Schepper, die ook over ons oordeel waakt, ons overal ziet. Eenmaal moet iedereen rekenschap afleggen van wat ‘in het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad’, zo lezen we in 1 Kor. 5:10.
Maar ik wilde eigenlijk schrijven over een andere vrijmoedigheid. Tenzij we de volslagen eenzaamheid zoeken, moeten we ons eens bezinnen op de contacten die we in onze vakantietijd hebben. Zouden we daar ook ons voordeel mee kunnen doen? En dan wil ik graag denken aan geestelijk voordeel. Mensen kunnen veel voor elkaar betekenen. Dat kan al als je elkaar helpt, bij iets wat de ander niet kan. Zelfs bij lichamelijke en tijdelijke dingen geeft het je een psychische oppepper, dat een ander uit liefde iets voor je wil doen. Maar laten we nog eens verder denken. Wie zijn we voor elkaar in de korte tijd dat we op de aarde zijn? Hebben we dan de houding van Kaïn tot de onze gemaakt: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ (Gen. 4: 9). Of voelen we betrokkenheid op onze naaste, die dan op onze weg komt? We ontmoeten elkaar misschien alleen in de vakantietijd, op een bepaalde plaats en wijze, waarvan we niet moeten denken dat het toevallig is. Tenminste: we hadden er geen bedoeling mee, maar God bestuurde het zo. En wellicht mag je dan iets betekenen voor die man of vrouw, voor die jongen of dat meisje, die je ontmoet. Misschien mag het wel heel wezenlijk en nuttig zijn voor onze ziel en zaligheid!
De vraag van waar je komt, of waar je heengaat, wordt ons in de Bijbel al aangereikt (Gen. 16:8). Het kan aanleiding geven tot doorvragen en een gesprek over onze toekomst. Maar vaak geeft het weer al een mooie aanleiding om over de Schepper te spreken, Die alles toch zo wonderlijk gemaakt heeft en bestuurt. En zingt iedere vogel niet het lied dat de Schepper hem leerde, of spreekt iedere bloem niet de taal en de letters, die hem meegegeven zijn? En vanzelf, er zijn veel meer mogelijkheden om een goed gesprek te beginnen. Zo’n gesprek kan weer de aanleiding worden tot een wezenlijk contact en niet zelden groeide zo’n ontmoeting uit tot een vruchtbare relatie, waar je je leven lang de vruchten van plukt. Ja, zal dit het rijkste niet zijn als er vruchten uit voorkomen, die God Zelf verwekt, als Hij het werk ter hand neemt. De zegen die eraan verbonden is, leidt tot eer van God en tot eeuwig behoud van een zondaar of zondares. Laten we maar veel om wijsheid en vrijmoedigheid bidden, bijzonder ook in de vakantietijd.