Geloof is geen werk maar een gave
Er zijn weinig onderwerpen uit de geloofsleer zoveel beschreven als het geloof. Dat is begrijpelijk, want het gaat om de onmisbare schakel om deel te krijgen aan de verdiensten van de Heere Jezus. U zult dan ook in alle tijden en talen er verhandelingen over vinden in veel rijke, geestelijke geschriften. Ik doe geen enkele poging om er hier een overzicht of indeling van te geven, ook niet ten aanzien van de verschillende aspecten waaronder het geloof bezien kan worden. Ik wil me hier beperken tot het aan de kaak stellen van één groot misverstand, dat veel bekommerde zielen in het donker houdt, terwijl dwalende zielen zich op hun geloof beroemen als van een eigen werk.
Het gaat me hier om de dwaling het geloof als een werk of daad te zien. Ik haast me om toe te geven dat geloven wel een werkzaamheid van de ziel is en dus een zaak van actie is. Ook is het zo dat een levend geloof ongetwijfeld altijd betrekking heeft op deze werkzaamheden, maar dan in die zin dat ze eruit voort komen. Zeker, een dood geloof mist ze. Lees slechts het ABC over het geloof van Comrie! Maar het gaat me nu niet over de werkzaamheden bij het geloven, maar om het wezen van het geloof, zoals dit door God gegeven wordt en zoals het in Efeze 2:8 staat: ‘Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave.’ Vroeger werd wel over de ‘habitus’ van het geloof gesproken, en dat in onderscheid van de ‘actus’. Het is als met ons kijken: je hebt eerst een oog nodig en daarna kun je pas zien.
Nu kunnen we over dat krijgen van het geloof op verschillende wijzen spreken. Een bekend Bijbels beeld is het inenten. Denk aan de rank in de wijnstok, of de tak van een wilde olijfboom in de stam van de goede boom. Ook in onze catechismus is in Zondag 7 sprake van een Christus ingelijfd worden door een waar geloof. Dat is geen daad van ons, net zo min als een ent zichzelf in een boom zet. Dat doet de hovenier. Zo is het de Heilige Geest, de Werkmeester van het geloof, Die dit werk doet. Bijzonder verduidelijkend is wat de Heere Jezus van dit werk van de Heilige Geest zegt: ‘En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel ‘(Joh. 16:8).
Nu gaat het me bijzonder om het woord ‘overtuigen’. Daarmee wordt de werkzaamheid van de Heilige Geest duidelijk getekend. Je ondergaat, passief, wat de Heilige Geest je door het Woord openbaart. Je kunt niet onder de waarheid uit die dan als het ware in je wordt gelegd. Daardoor leer en zie je zaken, die je nooit zo zag. Dat geldt je zondekennis, maar ook de openbaring van de weg der zaligheid in Christus. Het is het karakter van het werk van de Heilige Geest. Dit is geen werk, geen daad of prestatie van ons, maar een geschenk, een gave van God.
Wat heeft de remonstrant een arm evangelie als die mensen wil aanzetten tot wat ze niet kunnen. Ze moeten geloven een kind van God te zijn, maar kunnen het niet. Een puritein, die geen remonstrant was, maar op dit punt wel dwaalde, was Richard Baxter. Hij was van oordeel dat het bij het geloof om een wilsbeslissing ging. De mens hoefde niets toe te doen tot zijn zaligheid, maar hij moest wel de keus maken. Hij zei dat dit in het geheel niet meer betekende als een hete peperkorrel. Maar ondertussen was het kernpunt dan wel een daad van de mens. Als we leren dat we onze zondige wil niet om kunnen zetten, wordt het zo toch onmogelijk om zalig te worden! Dan krijgen we het alleen maar benauwd en moeten iets doen wat onmogelijk is. Ik heb mensen hierdoor wel overspannen zien worden en in grote duisternis zien raken. Alleen de remonstrant die zijn vermogens wil handhaven, denkt het te kunnen presteren. Maar God leert Zijn kinderen anders. Het beginsel van het geloof is geen wilsbeslissing, maar een overtuiging door de Heilige Geest. Die werkt onder de bediening van Zijn Woord overtuigingen die vlees en bloed niet openbaren, maar die arme zondaren, die niet konden geloven, uit vrije genade krijgen. Zie zo de troostrijke waarheid van het uit genade zalig worden, door het geloof, ‘en dat niet uit u. Het is Gods gave’!