OPMERKELIJK

Hoogmoed of ambtelijk gezag

De achterliggende weken verschenen enkele artikelen over de positie van ambtsdragers, in het bijzonder die van predikanten. De schrijvers ervan waren bevreesd dat in de bevindelijke gemeenten predikanten vaak op een voetstuk werden geplaatst, of dat ze dit uit hoogmoed zelf ook zouden doen. Hoewel het ongetwijfeld wel eens gebeuren zal en dit veel kwaad kan doen, vrees ik toch dat deze scribenten er vooral zelf zo tegenaan kijken, omdat ze de positie die ambtsdragers in Gods Woord krijgen, niet goed begrijpen. De Woordverkondiging heeft het gezag nodig van het ‘Zo zegt de Heere!’. Daarbij wordt de tucht van Gods Woord alleen in ootmoed aanvaard.

In art. 31 van de NGB wordt op Bijbelse wijze over ambtelijk gezag gesproken. Het gaat daarbij om macht en autoriteit, ook al zijn die woorden of begrippen in onze tijd niet zo geliefd. We belijden in dit artikel: ‘dat de dienaars des Woords Gods, ouderlingen en diakenen tot hun ambten behoren verkoren te worden door wettige verkiezing der Kerk, met aanroeping van den Naam Gods en goede orde, gelijk het Woord Gods leert. En aangaande de dienaars des Woords, in wat plaats dat zij zijn, zo hebben zij een zelfde macht en autoriteit, zijnde altegader dienaars van Jezus Christus, den enigen algemenen Bisschop en het enige Hoofd der Kerk.’ In het bevestigingsformulier wordt de gemeente opgewekt de ambtsdragers ‘in grote waarde te houden, omdat God Zelf ons door hun mond aanspreekt en ons smeekt.’

Het goddelijk gezag van de boodschap wordt veel bestreden. Maar laten we dan ook vooropstellen dat de boodschap werkelijk van God moet komen. Dat luistert nauw en vraagt van de dienaren om onder Gods Woord te staan, er zelf naar te luisteren en dit trouw door te geven. Waar dat gebeurt, zal de grote tegenstander actief zijn en laten we beducht zijn voor zijn aanslagen. Zelfs Petrus stond er bloot voor en moest als een ‘satan’ terechtgewezen worden

We lezen in het artikel dat iedereen ‘zich wel wachten moet om door onbehoorlijke middelen zich in te dringen, maar schuldig is de tijd te verwachten dat hij van God beroepen wordt, opdat hij getuigenis hebbe van zijn beroeping, om van haar verzekerd en gewis te zijn dat zij van den Heere is’.  Het ambt komt van God. Het moet daarom beschermd worden, opdat Gods gezag niet ondermijnd zou worden. Daarom staat er ook in dit artikel: ‘Daarenboven, opdat de heilige ordinantie Gods niet geschonden worde of in verachting kome, zo zeggen wij dat een ieder de dienaars des Woords en de ouderlingen der Kerk in bijzondere achting behoort te hebben, om des werks wil dat zij doen, en in vrede met hen te zijn, zonder murmurering, twist of tweedracht, zoveel mogelijk is’.

Als gezag niet aanvaard wordt, wordt de orde ondermijnd en worden mensen die leiding moeten geven, aan de kant geschoven. Zo hebben zendingswerkers wel ervaren als ze op een veld kwamen waar al een zekere structuur was, of in ieder geval mensen met natuurlijk overwicht de dienst uitmaakten. Dan wordt hun functioneren onmogelijk. Die kant moeten we niet uit. Ambten moeten in ere blijven. Ambtelijk gezag is afgeleid van Gods gezag. Het gaat niet goed in Gods kerk als ambtsdragers voor zichzelf moeten gaan strijden of hun gezag op een of andere wijze ‘waar’ moeten maken. Ze krijgen hun ambt van de Koning der Kerk. Het zou nuttig zijn als ze ook eens nagaan hoe de beleving van de betreffende ambtsdragers is. Nog nuttiger zou het zijn nog eens te lezen hoe de apostel Paulus zijn ambtelijk werk in de gemeente van Korinthe gestalte moest geven.

Maar laten we toch beschuldigingen serieus onderzoeken. Ambtsdragers is niets menselijks vreemd. En we hebben allen van de zondeval een natuur die geneigd is tot hoogmoed. Van de Heere Jezus moeten we leren ootmoedig te zijn en nederig van hart. Ootmoed is bij ambtelijke werk onmisbaar.  Hoogmoed staat Gods Woord in de weg. Kan een ambtsdrager dan ooit wel met autoriteit spreken? Het zal voor velen een raadsel zijn, maar bij het gezag van een ambtsdrager hoort zelfverloochening. Hij buigt onder het gezag van zijn Zender.  De beleving zal zijn, zoals de Heere Jezus leerde: Die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden Want een iegelijk die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden (Luk. 14:11).