Blijven strijden
Mijn tuin is vaak een voorbeeld voor mijn ambtelijk werk. In het verleden schreef ik over ongedierte dat veel kwaad veroorzaakt. Slakken, wantsen, mieren, luizen, de koperworm, vogels en zelfs muizen moeten bestreden worden Ook heb ik de aandacht wel eens gevestigd op diverse soorten onkruid, waarvan sommige eetbaar zijn, maar die toch willen woekeren, zoals citroenmelisse, hanenkam en heermoes. Gelukkig mocht ik ook wel eens schrijven over een rijke oogst, zoals van de wijnstokken, vooral in verband met wat we in het geestelijk en kerkelijk leven meemaken.
Dit jaar kreeg ik een boodschap mee van nieuwe soorten onkruid, die het werk bemoeilijken. Het gaat om kleefkruid, de rolklaver, diverse grassoorten en ook een wilde sieraardbei. Ze verdringen diverse kruiden en vruchtenstruiken. Helaas zijn enkele muntsoorten, tijmsoorten en ook de dragon al zowat verdreven. Als ik niet oppas overwoekeren ze mijn bloeiende planten die ook zorg nodig hebben. Opmerkelijk: wat mooi is, geurt en smaakt, of prachtig bloeit, vraagt veel zorg. Onkruid niet. Dat zorgt wel voor zichzelf en vermenigvuldigt verbazend snel. Zo zag ik de rolklaver als een deken over andere planten heenrollen bij zijn niets stuitende groeilust. Het kleefkruid groeide dwars door de mooiste planten heen en al kan je het soms makkelijk aftrekken, de wortel blijft ook makkelijk zitten en het komt weer op waar je het niet verwachtte. Wat de grassoorten betreft, ik moest destijds examens van de landbouwschool bijwonen als gecommitteerde, omdat ik er ook docent was. De leerlingen moesten wel dertig of veertig grassoorten kennen, en u begrijpt dat ik van hen leren kon. Maar toch weet ik niet welke soorten nu agressief mijn tuin doorgaan; ze verschillen in van alles, behalve in de snelheid van voortplanting. We gaan naar de toepassing.
In het geestelijk leven moet je blijven strijden tegen woekeringen van allerlei soort, met als overeenkomst dat wat goed is en door God gezaaid is, of wat door ambtelijk werk geplant is, altijd wordt bestreden om het zo mogelijk te verdringen, vernielen of verstikken. Het is een wonder als je onder een preek een onderwijzing, bestraffing, bemoediging of vertroosting krijgt die van de Heere Is. Maar wat is het al gauw weg door opkomende gedachten, die er overheen vallen. Wat staan er gauw mensen klaar om je van de wijs te brengen. De duivel wil alle zaad graag wegpikken en wat van Christus is en een goed oogst lijkt te beloven, overhoop werpen.
Ook in het kerkelijk leven blijven er aanvallen voor alles wat groeit en bloeit en vruchtbaar zou moeten zijn. Kwaadaardige meningen, leugenachtige leringen en invloeden dreigen de groei en bloei van de geestelijke oogst te verwoesten. Zijn jonge planten snel vernield, let toch op de jeugd in de kerk, die zo makkelijk van zijn stuk gebracht wordt. Toch zijn de gevaren in het geestelijk leven, zowel in het persoonlijke als in de kerk minder dan in de natuur: er is een Hovenier die bijzonder kundig is om de oogst veilig te stellen.
We moeten ons blijven inspannen om kwade invloeden te bestrijden. Onverschilligheid en laksheid zijn hulpmiddelen van de duivel. Maar helaas vraagt wat kwaad doet, vaak zoveel aandacht dat je er soms niet meer aan toekomt om van het goede te genieten. Mijn vrouw zei wel eens: Pas maar op dat je mensen die moeilijkheden geven of weggaan, niet beter kent, dan de mensen die blijven. Maar de hemelse Hovenier, van Wie de oogst is, weet bijzonder te zorgen. Al zitten wij nogal eens moedeloos te wroeten en ploeteren, Hij overziet wat van Hem is en Hij laat niet toe dat Zijn oogst vergaat. Hij wil zorgen voor groei en bloei, voor kleur en geur, voor voeding en genezing, meer dan de bloemen en kruiden in onze tuin kunnen doen. Laat onze hulp en verwachting toch van Hem zijn, die veel meer deed dan in de natuur mogelijk is: Hij gaf een geneesmiddel tegen al wat de geestelijke oogst wil verwoesten: de trouw van Zijn verbond mag garant staat voor een goede geestelijke oogst.