Zekerheid of verzekering
Onlangs stuitte ik in een pastorale ontmoeting weer op een opmerkelijk misverstand ten aanzien van de zekerheid van het geloof. Over dit onderwerp zijn al veel heftige discussies geweest, maar helaas niet altijd vanuit de ootmoed en wat nog verdrietiger is, zonder de kennis van de zaken waarom het nu eigenlijk gaat. Want als er geredeneerd wordt vanuit een dode beschouwing wordt de ervaringskennis gemist, waarom het ten diepste gaat. Daarom hier een korte column over zekerheid.
Dat een waar geloof zekerheid kent, staat vast op Bijbelse gronden. Job is er in zijn grote nood al van verzekerd dat zijn Verlosser leeft (Job 19:25). Abraham heeft aan Gods beloften ‘niet getwijfeld door ongeloof maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer, en ten volle verzekerd zijnde dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen’ (Rom 4:20,21). Ook op veel andere Schriftplaatsen gaat het over zekerheid of verzekering.
Toch is er soms verschil tussen deze zaken. Zekerheid ziet meer op het voorwerp van het geloof of op de zaak, terwijl verzekering of verzekerdheid meer betrekking heeft op de toestand van je eigen gemoed. We kunnen onderscheid maken tussen de zekerheid van het geloof en de verzekering van een gelovige. Bij waar geloof hoort zekerheid, maar het is soms nog zonder verzekering. Dat laatste zou je ‘een nadere weldaad’ kunnen noemen. Het wordt ook wel ‘de weerkerende daad van het geloof’ genoemd. Of om het nog anders te zeggen: de Heilige Geest werkt geloof, maar kan daarna ook geven te geloven dat je gelooft. Dat laatste is dus een verzekering.
Het zal duidelijk zijn dat het ware geloof het belangrijkste is. Dat kent zekerheid ten aanzien van de zaken die de Heilige Geest leert en openbaart. Dan zeg je niet: misschien ben ik wel een zondaar, maar dat weet je dan heel zeker. Dan leer je dat God in alles goed is, niet misschien, maar zeker, ook al begrijp je heel veel van Hem en Zijn werken niet. Dat Christus de Zaligmaker is, is niet een misschien, maar een zekerheid. Alles wat de Heilige Geest leert heeft een vastheid in zich, een zekerheid, die eigen is aan het geloof. Ook daarvan kunnen we zeggen dat wie ‘uit God geboren is, niet zondigt’ (1 Joh. 5:18). Aan God twijfelen is zondig. In de geschiedenis van de blindgeborene lezen we dat hij nog veel leren moet, maar ook dat hij iets heel zeker weet. Hij zegt van Christus: ‘Één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie (Joh. 9:25).
Hoort zekerheid onmisbaar bij het geloof, de verzekering van je staat is rijk aan troost. Ik kan het niet met een ‘misschientje’ stellen, heb ik wel iemand terecht horen zeggen. Het zou een slecht teken zijn als iemand dat wel kon. Maar hoe je het verkrijgt, is niet altijd eender. Vaak gebeurt het door geloofsoefeningen. Onze Dordtse Leerregels wijzen op de kenmerken van het geloof, die verzekering mogen geven. Koelman schrijft – ik meen in zijn grote voorrede over ‘De natuur en de gronden van het geloof’ – dat het wijzer is naar heiligmaking te staan dan naar verzekering. En dat omdat heiligmaking meer tot eer van God is en ook omdat de verzekering er dan een gevolg van is.
Laten we goed beseffen dat God ons in Zijn Woord op allerlei wijzen opwekt tot het geloof. Maar ook dat de Heilige Geest de Werkmeester is van het geloof. Die komt om te overtuigen, van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16:8). Lees in deze dagen voor Pinksteren hierover bijzonder de rijke hoofdstukken van Johannes 14 en 16 hierover en sta ernaar om met Paulus te mogen zeggen: ‘Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere’ (Rom. 8:38,39). Dan ervaar je wat Paulus ook schreef: ‘Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in veel verzekerdheid; gelijk gij weet hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil ‘(1 Thess. 1:5).