Wie volgt Wie?
Het volgen van de Heere Jezus wordt niet altijd even duidelijk herkend. Er zijn mensen die er voor gehouden worden en die toch niet wezenlijk bij Hem horen. Ze nemen de schijn aan, maar missen het ootmoedige volgen. Zijn echte volgelingen leren wat Hij ons voorhoudt: Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij’ (Matth. 16:24).
Petrus kreeg aan de Zee van Tiberias, na de belijdenis van zijn liefde voor de Heere Jezus, nadrukkelijk die roeping: ‘Volg Mij.’ Meteen daarop ziet hij hoe Johannes dit doet en Zijn Meester gaat volgen. Hij vraagt Hem dan of dit Zijn bedoeling ook is, waarop hij te horen krijgt dat hij voor zichzelf moet toezien en het leven van zijn broeder in Christus handen moet geven. Volgen zullen zij, die met liefdebanden aan Christus verbonden zijn.
Als anderen Hem volgen, die zich niet bij ons voegen, maar wel wezenlijk bij de Heere Jezus, dan is dat ook goed. De band met ons moet niet prevaleren boven de band met Christus. Johannes heeft die fout ook eens gemaakt. Toen zei hij: ‘Meester, wij hebben een gezien die in Uw Naam de duivelen uitwierp, en wij hebben het hem verboden, omdat hij U met ons niet volgt.’ De Heere zei toen tegen hem: Verbiedt het niet. Want wie tegen ons niet is, die is voor ons (Lukas 9:49 en 50). Het gaat er duidelijk om of iemand wezenlijk Christus volgt en niet of die persoon ons volgt.
Het volgen van mensen heeft veel gevaren. Wie volgen wij toch in ons leven? We kennen vanuit onze jeugd allemaal wel personen die we als een voorbeeld zagen om na te volgen. Het ware onze idolen. Daarbij werden wij makkelijk door verkeerde begeerten misleid. Misschien vinden veel jongeren dat spreken over idolen achterhaald en denken zij aan de zogenaamde ‘Influencers’ op sociale media. Die hebben veel meer volgelingen en het is nog meer zichtbaar. Wat zijn er zo al veel misleid.
Wie moeten eigenlijk onze leidslieden zijn, die we mogen volgen? Bunyan schrijft erover in zijn Christenreis als hij ons het schilderij van een gids beschrijft die op de weg naar het eeuwige leven ons leiden mag. Het is een eerbiedwaardig man, die zijn ogen naar de hemel geslagen heeft. Het Boek der boeken houdt hij in de hand en de Wet der waarheid is op zijn lippen. De wereld ligt achter hem en hij heeft de houding van iemand die waarschuwt. Er hangt een gouden kroon boven zijn hoofd. Uitlegger noemt hem ‘Een uit duizend’. Hij kan kinderen verwekken en opvoeden. Hij kent verborgenheden Gods en ontvouwt ze. Hij acht de dingen der wereld gering voor dienst van zijn Meester. Alleen degenen die op hem lijken, mogen je tot gids dienen, aldus Uitlegger, en dus ook aldus Bunyan. Anderen zullen je misleiden. We mogen ons dit zeker aantrekken.
De Heere Jezus waarschuwde eens: ‘Alsdan, zo iemand tot ulieden zal zeggen: Zie, hier is de Christus, of daar, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden’ (Matth. 23:23,24).
Er zijn vaak indrukwekkende personen, die invloed op ons uitoefenen. Maar laten we ons toch afvragen waar hun leiding ons brengt. Wat raken er veel in verwarring, ook als leidslieden zich voordoen als bezitters van de echte waarheid. Als ze de ootmoed missen waar Christus op wijst (Matth. 11:29), binden ze hun volgelingen aan henzelf, maar niet aan Christus.
Luister toch naar de Heere Jezus Christus, Die waarschuwde voor misleiders. We hebben Hem Zelf persoonlijk nodig, Die tegen Petrus nadrukkelijk zei: ‘Volg gij Mij!’