Geen generatiekloof
De afstand tussen ouderen en jongeren dreigt in dit digitale tijdperk soms heel groot te worden. De leefwereld van de jongere wordt vaak bepaald door ‘sociale’ netwerken, waarin ze vooral leeftijdgenoten ‘ontmoeten’. Als ze zich dan ook nog uitdagend profileren, dreigen ze in een dubbelleven terecht te komen, waarin het grootste deel van hun leven zich ver verwijdert van ouderen die hierin niet meedoen. Dit kan heel veraf staan van hun ouders en grootouders, die zich in die wereld niet thuis voelen. Maar het zwalken in die digitale wereld heeft kennelijk zo’n verslavende werking, dat het zelfs grote problemen geeft in de tijdsbesteding en in het onderhouden van echte contacten. Moeten we het maar aanvaarden of zelfs meereizen naar die virtuele ‘werkelijkheid’ of is het beter om te proberen de jeugd weer terug te krijgen in de waarheid van ons bestaan op deze wereld? Wellicht heeft de lezer al opgemerkt dat ik de woorden ‘sociale’, ‘ontmoeten’ en ‘werkelijkheid’ tussen aanhalingstekens plaatste. Want het gaat om een asociaal bezig zijn en de virtuele contacten zijn geen echte ontmoetingen en de schijnwerkelijkheid die ze ervaren is onwerkelijk. Dit hele irreële bezig-zijn mist de rijkdom van psychische relaties, waarin genegenheid en liefde een plaats krijgen, om nog maar niet te spreken van de oppervlakkigheid en geesteloosheid van dit schijnleven. We moeten hier niet in berusten of ervoor zwichten en de jongeren blijven zoeken.
Als we als volwassenen nog niet blind zijn voor trieste ontsporingen van een groot deel van de jongere generatie, is het beste wat we kunnen doen te proberen een relatie met de jongere aan te knopen op het niveau van de ontmoeting. Laat de jongeren ervaren dat je ze ziet en liefhebt, dat je contact en ontmoetingen op prijs stelt. De kloof die ontstaan is, zal niet makkelijk van hun zijde overbrugd worden. Laten wij het dan doen, die ook jong geweest zijn en vandaaruit best een gesprek met hen kunnen aangaan. Als we daarbij iets bloot kunnen geven van ons eigen innerlijk en we de leiding die we ervaren van hogerhand aan hen kunnen vertellen, kan het gezegend worden, zodat we wellicht een wegwijzer voor hen zijn mogen, door dit leven om met hen te gaan op de weg naar de Hemelstad.
Het is opmerkelijk dat er een sterke band kan ontstaan tussen de generaties als we ervaren op dezelfde weg te gaan. Het zal niet goed zijn als de verschillende generaties een verschillende kant uitkijken, maar laat gemeenschappelijke interesses in de wezenlijkste dingen van dit leven banden leggen, die sterk, ja onbreekbaar worden, als de Overste Leidsman onze sterkste band uitmaakt.