OPMERKELIJK

Scheuren of helen

Nu er opmerkelijk veel ophef gemaakt wordt over de breuk die openbaar komt in de Christelijke Gereformeerde Kerk, mogen we ons wel bezinnen op de vraag of deze breuk goedgekeurd moet worden of afgekeurd. We mogen dat niet uit de hoogte beoordelen, maar moeten wel beseffen dat het ook ons eigen staan in het kerkelijk leven aangaat. Wanneer moeten we breken of ons afscheiden van anderen en wanneer mag dat beslist niet?

Laten we allereerst bedenken dat veel breuken tussen mensen uit hoogmoed ontstaan. In het natuurlijke leven strooit de duivel ook graag het zaad van twist en tweedracht in een akker van hoogmoedige trots. Haat en nijd komen dan op uit eigenliefde, die een ander veracht en beter denkt te zijn dan die ander. Denk niet dat u er te goed voor bent! Petrus stelde zich boven zijn medediscipelen en verwachtte niet dat hij in die weg zo diep vallen zou. In het kerkelijk leven zijn er zo nogal eens breuken ontstaan door – wat we ook in Gods Woord lezen – van geestelijke hoogmoed. Dan scheidt men zich af, zoals we bij Jesaja lezen, van hen ‘die daar zeggen: ‘Houd u tot uzelven en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij’. De Heere zegt van zulke mensen: ‘Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende’ (Jes. 65:5).

Maar als het niet uit eigenliefde of hoogmoed voortkomt, maar uit liefde tot Gods waarheid en gepaard gaat met verdriet vanwege het afdwalen van de gemeenschap van Gods kinderen, die zich om de waarheid scharen, dan is het een heel andere zaak. Er is tweeërlei afscheiding zo lezen we in onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Wie zich van de ware Kerk ’afscheiden of niet daarbij voegen, doen tegen de ordinantie God’. Zo belijden we in het slot van artikel 28. Maar dan gaat het wel over de ware Kerk, waarvan de kenmerken in artikel 29 staan. Het zuivere Woord Gods en de reine prediking van het Evangelie zijn daar heersend. Daarentegen is het ambt aller gelovigen zich af te scheiden van hen die niet van de Kerk zijn. Afscheiding is verplicht als anderen het Woord niet laten regeren en onder andere ook de tucht niet meer handhaven. Dit staat nadrukkelijk in artikel 28.

Als we een toepassing maken, moet iedereen eens nagaan of hij onze Nederlandse Geloofsbelijdenis hooghoudt en daarnaar zoekt te leven. Daardoor zou er veel meer eenheid zijn rond Schrift en belijdenis en, naar ik vast geloof, van verootmoedigde belijders, bij wie de beleving door vernederende genade zichtbaar wordt. We bidden of God samenbrengt, wat wezenlijk samen hoort. Laten we verlangen naar de vervulling van Christus’ gebed om eenheid onder hen, die Zijn heerlijkheid ontvingen (Joh.17:22).