Sport die ontspoort
Nu de Olympische Winterspelen opmerkelijk veel aandacht trekken, moeten we ons bezinnen op de aantrekkingskracht die dit bij onze jongeren heeft. Ze dreigen meegesleept te worden, als ze de beelden van deze afgoderij met allerlei sporten op hun mobiel volgen.
Ons lichaam kregen we als woning voor onze ziel, voor het grote levensdoel: onze Schepper te dienen. De Heere Jezus leert ons vragen om Gods eer, Zijn rijk en Zijn wil. Dienen is Gods wil doen. Ons gebed moet zijn: ‘Leer mij o God van zaligheden, mijn leven in uw dienst besteden’. Paulus zegt daarom dat we ons lichaam niet mogen haten, maar onderhouden en voeden, want het moet een tempel zijn voor de Heilige Geest.
Nu hoeven we niet in wettische eenzijdigheden te vervallen. Jongeren mogen voor hun gezondheid spelen. Lopen, fietsen, schaatsen, en nog veel meer mag daarvoor dienen. Trouwens ook ouderen moeten in beweging blijven. Vroeger gebeurde dit vanzelf. Er was geen paardensport dan voor de jacht. Predikanten in Schotland deden hun pastorale bezoeken wel te paard. Men liep hele afstanden naar de kerk en kwam, soms zelfs op schaatsen naar de kerk. Onderhouding van de lichaamsconditie hoorde bij de gewone gang van het leven. Het was geen doel maar om iets te bereiken was lichaamsbeweging nodig. Denk er nog om!
Maar de zorg voor ons lichaam dreigt te ontsporen als die alles gaat beheersen en doel op zich wordt. Teveel aandacht kan zowel negatief als positief zijn. Paulus schrijft aan Timotheüs: Want de lichamelijke oefening is tot weinig nut, maar de godzaligheid is tot alle dingen nut, hebbende de belofte des tegenwoordigen en des toekomenden levens (1 Tim. 4:8). Hij denkt dan vooral aan ascese. Je mag je lichaam niet verwaarlozen en het geestelijke leven moet voorrang krijgen. Negatief is ook allerlei misbruik zoals bij verslaving door roken, drank, drugs of seks. Daarnaast zijn er sporten die het lichaam schromelijk overvragen. In het laatste geval lijk je heel veel waardering voor het lichaam te hebben, terwijl je er in wezen toch slecht voor bent. Daarin ontspoor je. De ontsporing van de ziel gaat hiermee gepaard. Je gaat afgoderij met je lichaam bedrijven en vergeet Gods eer en het heil van je ziel.
We leven in een tijd waarin een lichaamscultus is ontstaan, die op allerlei manieren gestalte krijgt. Overeenkomst bij de verschillende vormen is dat de ziel verkommert. Sommigen beperken hun kritiek tot zondagsport en nemen als voorbeeld een topsporter die honderd jaar geleden bij de olympische spelen niet op zondag wilde lopen – alsof je door de week wel afgoderij met je lichaam of met sportmensen mag bedrijven. Maar vergeten wordt dat het leven geen spel is en je moet niet denken dat het zoeken van de eerste en hoogste plaats of de eer van massa’s mensen die je toejuichen wel geoorloofd is. Sommigen hebben geen hoger levensdoel dan een millimeter hoger te springen, of een fractie van een seconde sneller wielrennen of schaatsen dan een ander. Dit is we ver verwijderd van het doel van ons waardevolle leven.
Het kan voor onze kinderen ook geen goede weg zijn op sportvelden of in clubs te komen waar krachttermen en vloeken, met hoogmoed, zelfzucht en egoïsme de drijvende motieven zijn. Leer de jeugd liever een ander uitnemender te achten dan zichzelf, een ander voor laten gaan, laagste plaats in te nemen en vooral de eer van God te zoeken tot hun eeuwig behoud.