Geloof heeft twee ogen
Je komt nogal eens eenzijdigheden tegen bij het redeneren over het geloofsleven. Dan is er kennis van de eigenschappen, zonder kennis van de praktijk. Ik doel op twee aspecten die heel wezenlijk zijn en naast elkaar bestaan en beleefd worden, maar die door beschouwing niet begrepen worden: de blijdschap en de droefheid.
De droefheid wordt vaak eerst genoemd en de blijdschap als iets dat daarop kan volgen. Dit is begrijpelijk, want je kunt alleen een bedroefde troosten. Ook schrijft Paulus dat de droefheid naar God een onberouwelijke bekering werkt tot de zaligheid. Vaak gaat de droefheid voorop. Maar toch wil ik graag tegenspreken degenen die denken dat er geen blijdschap is in het begin van het geestelijk leven. De blijdschap hoort zelfs bij de droefheid en is er in het begin al. Dat is in onderscheid met wat we algemene overtuigingen of misschien voorbereidend werk kunnen noemen. Die blijdschap is alleen niet van een uitbundige aard, als oppervlakkige wereldse blijdschap. De geestelijke blijdschap hoort bij de liefde die in de wedergeboorte in een hart wordt uitgestort. Liefde heeft blijdschap bij zich. Daarom wil een bekommerde ziel die God zoekt, niet meer terug naar de wereld. David zegt zelf in zijn vernedering: ‘Wat blijdschap smaakt mijn ziel, wanneer ik voor U kniel’. En als de Heere de zondaar Zijn Zoon openbaart, dan leeft in het hart: ‘Ik Heere. die al mijn blijdschap in U vind, hoop op Uw heil, met al Uw gunstgenoten’. Van der Groe zegt ervan: Een Christen behoorde wel altijd te klagen en altijd blijde te zijn. Niet soms het ene en soms het andere, maar beide behoort er steeds te zijn. Er is altijd reden om te klagen over je zonden. Maar een kind des Heeren heeft ook altijd reden om verwonderd en blij te zijn vanwege het heil in Christus. Het blijft gelden wat Jeremia zegt: ‘Wat klaagt dan een levend mens? Een iegelijk klage vanwege zijn zonden’. Maar ook wat Paulus schrijft: ‘Verblijdt u in den Heere allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u’. Erskine schrijft over deze zelfde zaak en met soortgelijke woorden en noemt het geloof een genade met twee ogen, met woorden van Paulus: ‘Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God’
Ik wil bijzonder voor jongeren graag deze blijdschap benadrukken, omdat sommigen denken dat de dienst van de Heere alleen maar narigheid en zwarigheid is. Zeker is er ook een oppervlakkige godsdienst die denkt dat je altijd vrolijk moet zijn en die geen droefheid over de zonden kent. Nee, we moeten met twee ogen leren kijken en beiden kennen. God heeft niet de droefheid als doel, maar al middel gegeven om de zonden te haten en te ontvluchten. In de hemel zal geen droefheid meer gevonden worden. Jesaja zegt van de gezaligden dat ze met gejuich tot Sion zullen komen. ‘Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden’.