God haalt Zijn Kerk ook uit Egypte
Deze week was bij het Bijbellezen aan de beurt, wat ik ook las toen een voorganger en boekdrukker uit Egypte in Goes mijn pastorie bezocht. Ik las Genesis 41, waar in het slot van het hoofdstuk staat, hoe het koren uit de schuren van Jozef werd verbreid naar alle landen. Dit bezoek van die Egyptische voorganger had ongeveer vijftien jaar geleden plaats in de pastorie aan de Patijnweg in Goes. Het was heel opmerkelijk dat ik dat Schriftgedeelte toen (op orde) moest lezen, omdat het zo bijzonder van toepassing was op zijn bezoek en werk. Ik mocht hier Gods bijzondere voorzienigheid in bemerken, ook nu ik over de komst van de Heere Jezus uit Egypte moest spreken.
Het verhaal gaat verder terug en is als volgt: Toen ik ongeveer twintig jaar geleden met ds. Sonnevelt in Gazastad was, hebben we daar een christelijke school bezocht en een christelijke boekhandel. De manager van die boekhandel werd korte tijd later vermoord. Ik herinner me de vijandige blikken van Arabische Gazanen nog, toen we de boekhandel uitkwamen. Dan denk je: als blikken doden konden! We leken in onze zwarte kleding op orthodoxe Joden, iets wat we later niet meer zouden doen op de Westbank. Op de terugweg zei ds. Sonnevelt dat we iets moesten doen voor de christelijke Arabieren in Gaza. Hij kwam met het voorstel enkele deeltjes van mijn Vertellingen bij de Bijbel voor hen te laten vertalen en drukken. Het deputaatschap keurde dat plan goed en het is in Carmiel gebeurd, bij een christelijke Arabische voorganger, Fatien Yakoub.
De generale synode keurde het goed dat we iets voor christelijke Arabieren in Israel deden, maar omdat ik graag meer boekjes wilde laten drukken dan ik wenselijk vond als voorzitter van het deputaatschap voor Israel, heb ik een aparte stichting opgericht. Die heeft met behulp van Sami Yacoub uit Egypte 165.000 deeltjes van de Vertellingen, tegen de kostprijs van 0,50 cent, (niet gebonden) uitgegeven en verbreid. Deze Sami kwam me nu in Goes opzoeken voor dit werk.
Exact een kwartier voordat ik Sami voor het eerst ontmoette, moesten we op orde Genesis 41 lezen. U begrijpt dat ik het ervaren heb als een sterke bevestiging van Gods zegen over dit werk van onze jonge stichting. We lazen van het koren uit de schuren van Jozef, dat tijdens de hongersnood verbreid werd in Egypte en de omliggende landen. Juist nu gingen de boekjes met de Vertellingen ook naar al die landen, voor de verbreiding van Gods Woord, als koren uit de schuren van de meerdere Jozef!
We lezen in Mattheüs. 2 van de vlucht van Jozef en Maria met de Heere Jezus naar Egypte, vanwege de moordplannen van Herodes. In vers 15b staan dan de woorden: ‘Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen’, met een verwijzing naar Hosea 11:1, waar we lezen: ‘Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen’.
Mijn Zoon uit Egypte: het gaat over Christus, de Bruidegom van Zijn bruidskerk, die Zijn lichaam is. Nu zien we dat ook in vervulling gaan als in Egypte en omliggende landen het Evangelie gebracht wordt en er mensen, jongeren en ouderen, tot bekering komen. Er is verwachting voor Egypte, zo lezen we ook in Jesaja 19:18-25. We zien er zeer naar uit en begeren de middelen er te brengen, ook voor de omliggende landen. God haalt Zijn Kerk ook uit Egypte.