Ere zij God!

Ere zij God!

Deze woorden moeten een wens vertolken die altijd bij ons behoort te zijn. En dan moet het meer zijn dan woorden, maar een begeerte en een sterk verlangen dat gepaard gaat met wat in Psalm 115 staat: ‘Niet ons, o HEERE, niet ons, maar Uw Naam geef ere, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil’.

Soms vraag je je af wat je mist in een godsdienst die zoveel mooie woorden heeft en grote zaken benoemt en die toch geen weerklank vindt bij Gods kinderen. Ik bedoel degenen die Zefanja noemt: ‘een ellendig en arm volk; die op de Naam des HEEREN zullen betrouwen’ (Zef. 3:12). Vaak kan je niet zeggen dat er verkeerde dingen worden genoemd in de lofprijzingen voor de Heere. En toch bekruipt je een verdriet dat je dan niet goed onder woorden kunt brengen. Het hangt allemaal zo in de lucht, maar je ziet geen vaste grond voor de geloofsverwachting die uitgesproken en bezongen wordt.

Ik had in het enkele decennia geleden al, eens een bezoek bij een oude vrouw, die goed van God sprak. ‘Hij is toch zo goed voor me’, zei ze en ze wees op de zegeningen waarmee ze omringd werd. ’Ik kon daar vanzelf niet tegenin gaan. Maar toen vervolgde ze: ‘Het is eigenlijk ook geen wonder, want ik ben ook goed voor Hem.’ Ze kon God niet verheerlijken om Zijn wondere, onverdiende genade, maar gaf heimelijk de eer aan zichzelf. En is dat het niet, wat we missen in veel lofprijzingen? Als het gaat over onze goedheid voor Hem, onze liefde en trouw, onze werken en verdiensten, dan ontnemen we God de eer, die Hem toekomt. Dan wordt ten diepste toch de vrome mens de lucht in gestoken en worden wij groot gemaakt.

Als wij geen arme, onwaardige zondaren geworden zijn, leeft het wonder van genade voor een albederver niet. Calvijn liet in zijn testament optekenen dat hij honderdduizend keer de rampzaligheid had verdiend. Wat was het wonder van genade voor zo’n onwaardige groot! Hij mag er eeuwig van zingen.

We kunnen onze kracht niet zoeken in het bestrijden van hen die goed van God spreken, ook al doen ze het zonder grond en zonder verwondering. We kunnen wellicht alleen wel eens vragen wie wij voor de Heere geweest zijn en daar ons leven naast leggen.

Laten we maar onderzoek doen naar onze dure plicht om God te eren en groot te maken. Maar vergeet daarbij niet licht te vragen over al dat eer roven dat wij doen met onszelf te prijzen. Walgelijk is dat zoeken van eigen eer. Als je zo ‘een mishagen krijg aan jezelf en door en voor God verootmoedigd wordt, zal je verwondering krijgen over genade voor zo’n arme en ellendige zondaar. William Perkins stierf met de dubbele uitroep Genade! Genade! Daardoor wordt God verheerlijkt. Dan is het Christus en Zijn werk dat verheerlijkt wordt in de toepassing. Hij heeft Zijn Vader verheerlijkt in het bedienen van de zaligheid en Hij doet het ook in de toepassing! Ere zij God!

CJM|