Een hand vol koren

Een hand vol koren

Door Gods genade werd een handvol zaad gestrooid
op doortocht, elke reis, in ’t land van Israël,
wellicht te weinig, en zie ik de vruchten nooit
in Haifa of Holon, Arad of Carmi’el.

We brachten ‘t Godswoord van Eilath tot Libanon,
in Askelon, in Bethlehem en Nazareth,
zelfs op de West-bank, tot de Jakobsbron;
ja, overal viel zaad, wat uitdrijft tot ’t gebed:

“O God, Die liefde gaf voor ’t heerlijk koninkrijk
van de Messias, waar Uw bondsvolk bij moet horen,
vervul nu Uw verbondsbeloften, als een blijk
van trouw door de verdiensten van de Levensbron.
Geef dat de vruchten van een hand vol koren
op hoge bergen ruisen als de Libanon.”

CJM