‘Zijn bloed kome over ons’ Ds. C.P. de Boer

De reikwijdte van Jezus’ bloed

Naar aanleiding van de grote publiciteit in het RD dacht ik een flink boek in handen te krijgen, toen me gevraagd werd deze recensie te schrijven,  maar het gaat slechts om een klein, gelijmd boekje, waarvan de eigenlijke tekst 53 pagina’s beslaat, vele met citaten gevuld. Het betreft een uitgewerkte lezing over de woorden die de Joden riepen voor de kruisiging van de Heere Jezus en de publicatie ging met veel ophef gepaard. Vandaar deze bespreking

Antisemitisme

In 2020 heeft de auteur vastgesteld dat de gereformeerde gezindte geen afstand heeft genomen van het antisemitisme en dat naar aanleiding van reacties die hij kreeg op een door hem geschreven artikel. De pijn die hij voelde is terecht! Wel is het zaak het onderscheid tussen anti-judaïsme en antisemitisme duidelijk te houden. Verzet tegen een farizeïstische godsdienst die geen Zaligmaker nodig heeft, is Bijbels en paulinisch. Afkeer en haatgevoelens jegens het joodse volk is evenwel satanisch.

De uitlegging van de bloedtekst

De auteur geeft veel citaten met betrekking tot ‘de bloedtekst’ uit Matth.27:25, om aan te tonen dat predikanten uit de Christelijke Gereformeerde Kerken, van de beide verbanden van de Gereformeerde Gemeenten en uit de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk er een vloek in lazen die de Joden over zichzelf hebben uitgeroepen. Het gaat mijns inziens te ver om dit als antisemitisme te bestempelen Soms leest hij bij dezelfde auteurs ook over een verwachting van toekomstige bekering. Daarna worden verschillende latere auteurs aan het woord gelaten die nog beloften beschreven voor een verwachte verandering en bekering. Aandacht voor wat de kanttekenaren hierover schrijven en ook wat in onder ons gebruikte commentaren staat, was nodig geweest om duidelijk te maken in welk kader die meningen staan. Niet aan de orde komen een aantal samenkomsten en publicaties waarbij duidelijk stelling is genomen tegen het antisemitisme en waar een positieve uitleg van de bloedtekst is gegeven. Ik denk aan de samenkomt van ons deputaatschap in de Laurenskerk, in aanwezigheid van rabbijn Van de Kamp en de studiedag van ons deputaatschap en de brochure die daarna over de bloedtekst verschenen is.

Heel belangrijk is een grondige exegese van de tekst. De auteur vermeldt wat de Heere Jezus Zelf eens over Zijn bloed gezegd heeft, met name bij de instelling van het Heilig Avondmaal, en dat is heel wezenlijk. Maar als hij meent dat Mattheüs bedoeld heeft “dat het hele volk tijdens Jezus’ instelling van het Avondmaal opnieuw is ingelijfd in hetzelfde verbond dat God met Israël heeft opgericht” en spreekt over de vervulling van de gerechtigheid door Christus en ziet dat als de grond voor hun verbond, maak ik ernstig bezwaar tegen dit algemeen stellen van de toerekening van Christus verdiensten voor alle Joden. Zij hebben de wedergeboorte en bekering hiervoor niet minder nodig dan wij.

Wat heeft het volk zelf bedoeld?

Ds. De Boer verwijst naar aan artikel dat ik eens schreef over de bloedtekst; hij schrijft evenwel niet over wat de Joden zelf bedoeld hebben met de gebezigde uitdrukking. Bij een grondige exegese hoort het om na te gaan hoe de uitdrukking dat ‘het bloed van iemand komt over een persoon of over het volk’ op verschillende plaatsen in het Oude, maar ook in Nieuwe Testament functioneert. Hierover had hij kunnen lezen in de vermelde brochure uit 2003, met de drie lezingen over deze tekst in; hij heeft die uitgave over het hoofd gezien. De auteur negeert in zijn exegese helaas ook de kanttekening bij deze tekst, waarin het verwoord is als: ‘zo dit bloed onschuldiglijk vergoten wordt, de straf of wraak Gods daarvan kome op ons en onze nakomelingen’. Hij noemt de traditionele uitleg zelfs on-Bijbels. Hij gaat echter voorbij aan teksten die hier ook zo over spreken, zoals  Lev. 20:9, Joz. 2:19; Richt. 9:24; 2 Sam. 1:16; Hand. 18:6, met de kanttekeningen. Kennis hiervan zou zijn oordeel over door hem geciteerde auteurs wellicht wat ingekaderd hebben en milder hebben gemaakt. De Bijbel zelf is niet on-Bijbels. Het moet duidelijk zijn dat de Joden bij hun roep om de toerekening van Christus’ bloed zelf dachten aan de wijze waarop die uitdrukking onder het volk functioneerde. Ook het sanhedrin spreekt dit uit als ze zeggen dat de discipelen het bloed van Jezus over hen willen brengen (Hand. 5:28).

De reikwijdte van Christus’ bloed

Ds. De Boer wijst in het vervolg van zijn betoog op onwetendheid bij de uitroep en is van oordeel dat er geen verantwoordelijkheid op heel het Joodse volk rust, maar alleen op de leiders in Jeruzalem. Hij spreekt wel over vergeving die door Petrus en Paulus verkondigd wordt, maar ik mis het spreken over schuld bij het verwerpen van Christus. Paulus noemt ieder die Christus niet liefheeft ‘een vervloeking’. Ik heb een rabbijn die hierover boos was, gezegd, dat we hierover zo ook spreken in onze eigen gemeenten. Maar juist het besef dat ook Joden bij het verwerpen van de Zaligmaker niet zalig worden maar verloren gaan, moet onze drijfveer zijn om met hen over de Messias te spreken. Anders laden we schuld op ons! Dat besef hebben we bij de schuldbelijdenis waarover zoveel ophef was, pijnlijk gemist. We hebben bloed nodig, zoenbloed voor vergeving van een schuld die strafwaardig maakt.

Maar nu is het bloed van de Heere Jezus geen martelarenbloed dat roept om wraak, maar het is middelaarsbloed en dat roept om vergeving. Het spreekt betere dingen dan Abel (Hebr. 12:24). Dat moet persoonlijk toegepast worden. Dat is bij de Joden niet minder nodig dan bij ons. Ons verlangen daarnaar gaat gepaard met onze werkzaamheden voor evangelieverkondiging onder het Joodse volk. Daarbij zien we uit naar vervulling van de woorden van Matth. 27:25, woorden waarover ik wel eens een doopdienst en een belijdenisdienst heb gehouden, maar die ook voor het Joodse volk tot hun heil in vervulling mogen en zullen gaan. Al is het anders dan ze zelf hebben gedacht.

Naar aanleiding van: Ds. C.P. de Boer, ‘Zijn bloed kome over ons’, een reflectie op een traditionele tekstuitleg in de gereformeerde gezindte, 62 blz.; prijs € 6,95; uitg. De Banier.

Ds. C.J. Meeuse