Pedagogiek van Jacobus Koelman Dr. L. F. Groenendijk Saambinder

SAAMBINDER

Kinderen voor God opvoeden

‘Hebben ze de opdracht aanvaard om hun kinderen van kleins af aan op te wekken tot bekering? Maken ze bij hun pedagogische zielszorg gebruik van ‘huisoefeningen? Voert men geregeld vertrouwelijke gesprekken met de kinderen? Confronteert men hen met  het eeuwig wel of wee?’

Lezen of doen

Deze vragen stelt dr. L.F. Groenendijk in de wetenschappelijk studie die hij publiceerde over ‘De pedagogiek van Jacobus Koelman’.  Hij refereert hier aan de herdrukken van de herschrijving van Koelmans beroemde werkje ‘De Plichten der ouders om de kinderen voor God op te voeden’. Hij vraagt zich daarbij af of de praktijk van de opvoeding wel in overeenstemming is met de lectuur voor opvoedingsondersteuning die in de reformatorische gezindte kennelijk hoog scoort. Opvoedingsboeken worden veel geschreven en gelezen, maar hoe is uiteindelijk de praktijk? Ongetwijfeld mag het een onderwerp zijn bij het huisbezoek van onze ambtsdragers; dat is van meer belang dan een volgende wetenschappelijke studie van dit niveau.

Zware kost

Te gauw wordt mijns inziens van de geschriften van onze oudvaders beweerd dat ze voor onze tijd te moeilijk zijn. Wijlen ds. M. Blok hoorde ik als kind nogal eens zeggen onder een preek: ‘Span u een weinig in’.  Ik denk dat we dat inderdaad wel mogen doen om voordeel te doen met de rijke bevindelijke geschriften van de puriteinen en uit de tijd van de Nadere Reformatie.

Een studie als dit boek van dr. Groenendijk zal evenwel voor de meesten van ons wel zware kost zijn. Het is geschreven in wetenschappelijke taal, niet alleen met veel Engelse citaten, waarbij ook het Latijn niet ontbreekt, maar ook in het Nederlands gebruikt de auteur woorden als ‘endogamie’, ‘intentioneel’, ‘gereleveerd’, ‘empathie’, ‘coherent’, ‘abstinentie’, ‘idolatrie’, ‘ouderintrajectie’, ’geïnvolveerd’, ‘sensibiliteit’,  en vele andere.  Het lezen van dit boek vereist veel kennis en ook een wetenschappelijk interesse in de pedagogische literatuur van de zeventiende eeuw.

Waar komt de honing vandaan?

Groenendijk wil in zijn studie met name achterhalen welke publicaties Koelman gebruikte voor zijn opvoedingsboek en wijst dan op geschriften van White, Janeway en Baxter, e.a.. De catalogus van Koelmans bibliotheek, uitgegeven voor de veiling ervan na zijn dood, toont de aanwezigheid van hun boeken aan. Met veel kennis van zaken worden er verbindingen gelegd, waarbij ik moest denken aan een opmerking van ds. P. Honkoop: ‘Je moet niet vragen waar de honing vandaan komt, maar proeven of ze zoet is.’ Het boek van Groenendijk is nuttig voor wetenschappelijk studie. Het boek van Koelman is evenwel heel nuttig voor de praktijk van een godsdienstige opvoeding.

n.a.v. De pedagogiek van Jacobus Koelman, inhoud en bronnen, grondslag en ambitie, dr. L. F. Groenendijk, 2017, Apeldoorn, ISBN 978 94 0290 4963, Pijs 19,95.