Geen verzoening zonder bekering, gesprekken over Joodse traditie Kees Jan Rodenburg

Over verzoening en bekering

Het is een belangrijke vraag in de ontmoeting tussen jood en christen wat de plaats is van de bekering bij de verzoening van een zondaar met God. Is de bekering voorwaarde of is ze vrucht? Is de bekering de genoegdoening die de verzoening bewerkt of is er geen verzoening zonder de Messias?

Onmisbare bekering

In de joodse traditie heeft de bekering een duidelijke plaats gekregen. In het boekje Geen verzoening zonder bekering geeft Kees Jan Rodenburg hiervan een verslag. Op zijn persoonlijke ontdekkingstocht door de joodse wereld kwam hij met deze traditie in aanraking. Er waren enkele joodse mensen, onder wie drie rabbijnen, die hem binnengelaten hebben in hun religieuze wereld en hem onderwezen in de betekenis van bekering en verzoening. Hij heeft erdoor geleerd dat verzoening met God op allerlei manieren het concrete leven raakt en dat dit om keuzes vraagt en dat er geen verzoening is zonder bekering.

Een uitgestrekt terrein

Na een hoofdstuk over de Grote Verzoendag volgen verslagen van vier gesprekken over de inhoud van de verzoening. Er wordt aandacht gegeven aan de samenhang tussen verzoening, zonde en bekering en de betekenis van de verzoening voor de mens en de wereld. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een paar pagina’s citaten uit diverse joodse geschriften en met een aantal gespreksvragen. Het geeft ons soms verrassende gegevens en helpt ons een blik te slaan in het joodse denken van de moderne orthodoxie, de chassidisch-orthodoxe beweging, het liberale jodendom (de reformbeweging) en de conservatieve joodse traditie.

Een concreet begrip

Bekering wordt gezien als een concrete zaak. Inkeer, gebed en liefdadigheid zullen het kwade oordeel afwenden. God wacht op de bekering van de mens en als die er is, is er verzoening. Ashkenazische joden kennen de gewoonte om op nieuwjaarsdag een steen in het water te werpen, als symbool voor het wegwerpen van de schuld. Andere kennen de gewoonte driemaal een kip boven het hoofd rond te slingeren, waarbij gezegd wordt: ‘Dit mijn vervanging, dit is mijn substituut, dit is mijn verzoening.’ Niet ieder zoekt de verzoening op deze wijze; het belijden van de schuld en het opsommen van eigen zonden is ook onmisbaar. Naast het vasten moet er ook het doen van rechtvaardige werken zijn; voor verzoening voor zonden tegen een medemens moet eerst de zaak met hem worden rechtgezet. Opmerkelijk is dat de ‘tesjoeva’ als een daad van een goedwillende mens overal een grote nadruk krijgt. Ten diepste ziet men de verzoening als een gevolg van de bekering.

Een beperkt verslag

De schrijver, Kees Jan Rodenburg, heeft vanaf 2003 namens het Centrum voor Israëlstudies in Jeruzalem gewerkt en gestudeerd om gestalte te geven aan de ontmoeting tussen joden en christenen. Dit  centrum wil, aldus de auteur in zijn Inleiding, ‘vanuit een houding van luisteren-dienen-getuigen zoeken naar een oprechte, diepgaande ontmoeting met het Joodse volk en tegelijkertijd de kerkelijke bezinning op de relatie tot Israël bevorderen.’ Het is me bij het lezen van zijn verslag opgevallen dat ik de naam van Jezus Christus niet tegenkwam. In een noot op pagina 70 zag ik voor het eerst deze naam in een verwijzing naar een opmerking van Cohen Stuart dat het offer van Jezus Christus geen relatie heeft met de herstelling van de verbondsrelatie op Grote Verzoendag. Ik hoop dat de schrijver vrijmoedig met zijn contactpersonen heeft gesproken over de Heere Jezus als de Messias, maar ik heb een verlag hiervan in dit boekje pijnlijk gemist.

Geen verzoening door bekering

Het is een verdrietige dwaling als iemand denkt dat er verzoening met God kan zijn zonder dat er een bekering van de zondaar plaats vindt. Dat komt in dit boekje terecht nadrukkelijk aan de orde. Maar die bekering is geen voorwaardelijke verdienste, maar een kenmerkend gevolg. De verzoening is geen mensenwerk, maar een Godswerk, dat tot stand komt door de verdienste van de Messias Jezus Christus . Veelzeggend is de bekende uitdrukking die we nogal eens gebruiken om de noodzakelijkheid van het borgwerk van Christus te benadrukken. We spreken dan over ‘verzoening door voldoening’ en niet van verzoening door bekering. Graag zouden we toch die Bijbelse boodschap in het gesprek met joodse vrienden centraal willen stellen

n.a.v. Geen verzoening zonder bekering, gesprekken over Joodse traditie, door Kees Jan Rodenburg, CHE-reeks, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 108 pag., ISBN 978 90 239 2420 3; prijs € 11,50

ds. C.J. Meeuse