In de Velden van Efratha

In de Velden van Efratha

De avondzon kleurt met een paarse gloed
een grijs verleden dat herleven moet
voor ieder die hier doolt tussen het heden
en de herinnering aan die hier streden
tot lijfsbehoud, de ogen vast gericht
op Gods belofte, met een vergezicht
op de Messias, Die, door God beloofd,
de dood verslinden zou voor wie gelooft.

Hier heeft eens Rachel smartelijk geleden.
Haar leven vlood bij ’t komen van haar bede.
Haar zoon, die zij in doodsnood heeft gebaard,
is als een Benjamin door God bewaard.
Nee, geen Ben-oni heeft God hier gegeven,
want door geloof ziet men hoe God het leven
zal geven door Zijn Zoon. Zijn rechterhand
hield door haar kracht ook toen Gods volk in stand.

Hier heeft ooit Ruth, die Moabs land verliet
haar troost gezocht voor weduwenverdriet,
dat ook Naomi bitterheden baarde,
daar beider mannen rustten in de aarde,
Naomi was beloftenloos er heengegaan,
toen hongersnood Gods broodhuis had ontdaan
van vruchtbaarheid. God gaf haar nageslacht,
nadat zij door Hem was terechtgebracht.

Toen David hier zijns vaders kudde weidde,
uit wrede leeuwenmuil een lam bevrijdde
en uit de klauwen van een beer een jonge ram,
was hij als herder type van zijn Zoon, Die kwam
om kloek de helse rover te bestrijden
en uit diens macht Zijn kudde te bevrijden
door als een stervend tarwegraan veel vrucht
te dragen. Hij heeft Efratha verlucht.

Hier hielden herders eens hun trouwe wacht,
toen God Zijn Zoon zond in hun donk’re nacht,
en hen omscheen een helder hemels licht,
als teken van Gods vriend’lijk aangezicht,
dat hen bescheen toen er een engel kwam
als bode van Gods Zoon, Die als een Lam
voor hen geboren was om te gaan lijden.
Uit zondenmacht kwam Hij Zijn volk bevrijden.

Herodes heeft zijn haat – o wreed tiran!
hier uitgeleefd in ’t bloedig doden van
de kind’ren die hij van de moederborst
gerukt heeft, jagend op de Levensvorst.
De jonge martelaren zijn gestorven
als bloedgetuigen van een nieuwe morgen,
die dagen zal na een verdiende duist’re nacht,
omdat het Lam voor zondaars is geslacht.

Nu ik hier ronddool met het zicht op Bethlehem
hoor ik de weerklank nog van Rachels stem,
als ik de graven zie van die hier stierven,
in vrijheidsstrijd zich hier een graf verwierven.
Maar nee! De dood heeft niet het laatste woord
voor wie, na duist’re nacht, de ochtend gloort.
’t Geloof doet om der vaderen beminden
in Efraths vruchtbaar veld een broodhuis vinden.

Toelichting
Dit gedicht is geboren toen ik op een avond weggelopen was uit een conferentie die belegd was door de organisatie ‘Jews for Jesus’ in het conferentieoord in de kibboets Ramoth Rachel. Er was een joodse spreker die de kracht van zijn betoog zocht in het belachelijk maken van de Joodse orthodoxie en ik kon dit zo niet meebeleven. Ik liep even weg van de plaats van samenkomst en mijn weg leidde me tussen met doornen omgeven akkers naar een woest stuk land, waar ik enkele grafstenen vond van strijders die hier in 1948 het leven lieten. Ik liep daar in de velden van Efratha. Het beeld van een grijs verleden kreeg kleur door de gedachten aan de gesneuvelde soldaten en hun idealen. Maar gedachten zwerven makkelijk verder terug. Is het niet in deze omgeving geweest, dat Rachel in barensnood haar zoon Ben-oni (zoon van mijn smart) noemde, terwijl hij toch als Benjamin (zoon van mijn rechterhand) het leven in mocht gaan? En was Naomi hier niet teruggekomen en terechtgebracht met haar schoondochter Ruth, beide weduwen? God gaf hier nageslacht, waaruit David voortkwam, die hier als een type van de grote Davidszoon een leeuw en een beer overwon. Ja hier heeft in de geboortenacht van Jezus de engel aan de herders de blijde verlossingsboodschap gebracht. Herodes bloedig zwaard maakte hier jonge kinderen tot martelaren, maar toch: de dood heeft hier niet het laatste woord. Al sta ik er bij graven en denk ik aan een stervende Rachel, de dood is overwonnen door Hem Die hier als een Brood uit de hemel kwam om leven te geven dat niet sterven kan.