Inleiding: Hij moest door Samaria gaan

Twaalf preken over de ontmoeting tussen de Heere en de Samaritaanse vrouw.

Gehouden door:

ds. C.J. Meeuse

predikant

in de Gereformeerde Gemeente

te Vlaardingen

Inhoud:

Woord Vooraf

I CHRISTUS’ VERTREK VAN JUDEA NAAR GALILEA – Joh. 4:1-3

      1. Wat de Farizeeën hoorden

      2. Wie de discipelen doopten

      3. Waar de Heere Jezus naar toe ging

II DE HEERE JEZUS OP DOORREIS – Joh. 4:4

      1. Het land waardoor Hij reisde 

      2. Het doel waartoe Hij reisde

III EEN RUSTZOEKENDE JEZUS – Joh. 4:5-8

      1. De plaats, waar Hij wilde rusten

      2. De reden, waarom Hij wilde rusten 

      3. De wijze, waarop Hij wilde rusten

IV DE GAVE GODS – Joh. 4:9,10

      1. Bij de vrouw onbekend is

      2. Door Jezus wordt aangewezen

      3. Moet worden begeerd

      4. Hoe Hij gewillig is om ze te schenken

V    HET LEVENDE WATER – Joh. 4:11-15

      1. De herkomst van dit water

      2. De aard van dit water

      3. De vraag naar dit water

VI  HOE CHRISTUS AAN DE ZONDEN ONTDEKT – Joh. 4:16-19

      1. Zijn vraag

      2. Haar antwoord

      3. Zijn ontdekken 

      4. Haar belijdenis

VII CHRISTUS’ ONDERWIJS OMTRENT DE WARE AANBIDDING – Joh. 4:20-24

      1. De plaats

      2. De tijd 

      3. De wijze

VIII HOE CHRISTUS ZICH IN HET LEVEN VAN EEN ZONDAAR OPENBAART – Joh. 4:25, 26

      1. De toebereiding voor deze openbaring

      2. De wijze van deze openbaring

IX EEN VRUCHTBAAR GETUIGENIS VAN CHRISTUS – Joh. 4:27-30

      1. De terugkeer van de discipelen

      2. Het heengaan van de vrouw

      3. Het getuigenis van de vrouw 

      4. Het komen van de mensen uit Sichar

X    CHRISTUS’ SPIJZE – Joh. 4:31-34

      1. Zijn honger

      2. Zijn eten

      3. Zijn verzadiging

XI  CHRISTUS’ OOGST – Joh. 4:35-38

      1. De oogsttijd

      2. De zaaier

      3. De maaier

XII HOE IN SAMARIA HET GELOOF GEWERKT EN VERSTERKT IS – Joh. 4:39-42

1. Hoe het geloof hier gewerkt is

2. Hoe het geloof hier versterkt is

Woord vooraf

Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten (Jes. 55:9), zo zegt de HEERE door Jesaja en wat blijkt dat ook steeds in het leven van Zijn knechten. Met deze woorden verwelkomde ouderling Van Bochove mij, toen ik de eerste kerkeraadsvergadering in Rotterdam-Zuid bijwoonde. Nooit had ik kunnen denken, dat de Koning der Kerk daar werk voor mijn had. Niet anders was het, toen Hij mijn weg naar Vlaardingen leidde, om daar Zijn Evangelie van vrije genade te verkondigen. Het was een heilig, goddelijk moeten, omdat er ook daar toegebracht moeten worden. Mocht de uitgave van deze verhandelingen over Johannes 4 daarvoor ook tot zegen zijn.

De hier weergegeven Bijbellezingen zijn merendeels gehouden tijdens de renovatie van het kerkgebouw van de gemeente van Rotterdam-Zuid. De gemeente kerkte toen tijdelijk in een kerkgebouw van de Hervormde Kerk. De tekst ervan was op cassettes bewaard gebleven en is enkele jaren geleden uitgetypt door wijlen mevr. C.N. Vermaas voor eventuele publicatie. Eerst nu vond ik tijd ze na te zien en uit te geven, mede ter verlichting van de lasten die op de gemeente van Vlaardingen drukken door een noodzakelijk groot onderhoud van het kerkgebouw. 

Het is bekend dat in onze tijd, waarin veel goede lectuur voor handen is, weinig boeken met preken gekocht worden. Anderzijds blijkt steeds weer dat toch veel mensen wel tot aanschaf van een prekenbundel overgaan, als deze aangeboden wordt ter ondersteuning van een financiële actie in het kerkelijk leven. Laat dan nu het laatste doel ook het eerste mogen dienen en het mes aan twee kanten snijden, zodat de actie ter leniging van financiële nood ook bevorderend werkt voor de verbreiding van de Bijbelse boodschap. Wat zou het een zegen zijn als zo niet alleen in een uitwendige zin de kerk gebouwd zou worden, maar ook in een geestelijke, inwendige zin de gemeente van Christus gebouwd zou worden en zou opwassen in het allerheiligst geloof, zoals de apostel Petrus zegt: Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in de dag der eeuwigheid. Amen (2 Petr. 3:18).             Vlaardingen, 22 augustus 1995